naar overige artikelen

Erkenning: sleutelthema bij begeleiding!

Kees Verduijn

Erkenning geven, het is een ingrediënt uit de dagelijkse hulpverleningspraktijk en een essentieel onderdeel van het contextuele gedachtengoed. Het heeft daarin een eigen accent gekregen. In dit artikel maken we een korte verkenning van de reikwijdte en de bruikbaarheid van dit begrip. Welke mogelijkheden liggen er voor de contextuele hulpverlening?


Inge

Het gaat niet goed met Inge(16), zo constateert het Schoolconsultatieteam. Haar leerprestaties zijn hard achteruit gegaan. Ze heeft steeds meer moeite met concentratie. Ook maakt ze een sombere indruk. Ze trekt zich terug in het contact met leeftijdgenoten. Ze zal de overgang naar 5 Havo niet maken op deze manier. Haar mentor weet te vertellen dat Inge's ouders ongeveer een jaar geleden uit elkaar zijn gegaan en dat de scheiding op een vervelende manier verloopt. Ouders maken onderling veel ruzie. Moeder kan het niet verkroppen, dat vader haar in de steek gelaten heeft en ze nu met een klein inkomen alleen voor de zorg van haar drie kinderen staat.
De kinderen gaan regelmatig naar vader toe. Inge vindt het moeilijk om te zien dat haar vader een andere vriendin heeft en daar kennelijk gelukkig mee is. Haar moeder heeft het moeilijk en dat laat zich voor Inge moeilijk rijmen met de rooskleuriger situatie van haar vader. Ze probeert haar moeder te ondersteunen, door te luisteren naar haar verhalen en probeert haar te helpen door op haar broer te letten, die zich weinig meer van hun moeder aantrekt. Soms wordt ze ook kwaad op haar moeder omdat ze dan over vader zit te klagen. Ze is eigenlijk doodmoe van de scheiding van haar ouders en het geruzie, dat maar niet lijkt op te houden. Moeder daarentegen verwijt Inge dat ze zich door haar in de steek gelaten voelt en dat Inge voor haar vader kiest.


Twee vormen

Erkenning kan naar twee items worden onderscheiden. In de eerste plaats is er de erkenning voor het onrecht, de benadeling die cliënten is aangedaan of zomaar is overkomen. In het verhaal van en jongeren en hun ouders zitten dikwijls veel pijnpunten. Moeder, die in de steek is gelaten door haar partner; Inge, die geconfronteerd wordt met conflicterende ouders. Voor veel cliënten ligt de relationele pijn vaak vooraan in hun beleving. Door erkenning te geven voor de pijn van een cliënt en het daarmee samenhangende ontstaat er voor hem een nieuwe openheid. Er wordt recht gedaan aan het onrecht wat de cliënt is overkomen. Zo kan er ruimte ontstaan om tot nieuwe stappen te komen naar een ander.

In de tweede plaats is er de erkenning van de "verdienste, die iemand toekomt vanwege zijn geboden zorg en aandacht" (Nagy). Deze zorg en aandacht, die mensen investeren wordt dikwijls niet meer gezien in situaties waarin mensen uit elkaar gegroeid zijn.
Veel van de pogingen van ouders om hun kinderen te bereiken en pogingen van kinderen om hun ouders te bereiken komen niet meer aan bij de ander. Wanneer er structureel niet meer wordt ontvangen door een ouder, dan loopt de relatie met de ouder schade op en het kind loopt zelf ook voor zichzelf schade op. Inge probeert haar moeder te helpen, maar dat wordt door moeder niet meer gezien. Moeder is verblind door de benadeling van haar ex-partner. Inge krijgt van haar moeder alleen maar het verwijt dat ze het haar moeder moeilijk maakt, terwijl de zorg, die Inge biedt niet meer gezien wordt. Het vertrouwen van Inge in haar moeder wordt op deze manier geschaad en Inge raakt door deze verwijten innerlijk beschadigd. Het zichtbaar maken van de onderlinge zorg, dat wil zeggen erkenning geven voor de geboden zorg maakt de weg naar herstel van de geschonden relatie weer begaanbaar. Wanneer Inge en haar moeder elkaars zorg kunnen ontvangen ontstaat er ook ontvankelijkheid voor ieders belangen, bijvoorbeeld dat Inge de ruimte krijgt om vanuit haar positie als kind haar relatie met haar vader weer in te kunnen vullen. Door het geven van erkenning wordt het onderlinge vertrouwen weer hersteld. Erkenning is dan ook wezenlijk voor 'trust-based' hulpverlening.

Erkenning voor geboden zorg biedt meer effect voor de cliënt dan erkenning van het onrecht, de pijn. Wanneer de zorg, die een cliënt geboden heeft door de hulpverlener zichtbaar wordt gemaakt en door de ander wordt ontvangen is dat bevorderend voor zijn zelfwaardering. Hij leert zich ervaren als iemand, die een zinvolle bijdrage kan geven aan de ander. Dit sluit aan bij de grondbehoefte van mensen om betekenis te hebben voor anderen.

Het is echter niet altijd direct mogelijk om op dit spoor te komen. Wanneer mensen nog te vol zitten van hun pijn of bitterheid, dan verdwijnt de erkenning voor de geboden zorg in het niets. Er is dan zogezegd een beschadiging ontstaan in de 'ontvangstinstallatie' van mensen. Wanneer je als hulpverlener die signalen krijgt, dan is dat een teken dat je terug moet schakelen van het geven van erkenning voor de verdienste naar het geven van erkenning voor de pijn en het onrecht. Door hiervoor gepaste erkenning te geven is er een begin van herstel van beschadigd vertrouwen en kan er een begin ontstaan van een weg waarop de cliënt weer gemotiveerd kan worden om op een passende manier weer tot actie over te gaan.

Erkenning, door wie?

De openingszetten in het geven van erkenning worden doorgaans gegeven door de hulpverlener, de therapeut of de groepsleider. Cliënten zijn dit spoor immers bijster geraakt. Als professionele buitenstaander kan de hulpverlener een nieuw begin maken. Inge wordt geholpen wanneer de hulpverlener de moeilijke situatie benoemt, waarin Inge verkeert. Ook kan hij de zorg benoemen, die zij voor haar moeder heeft. Tegelijk heeft het geven van erkenning door de hulpverlener ook een didactische functie: het gaat erom dat de cliënten dit uiteindelijk zelf (leren) doen. De erkenning, die Inge krijgt van haar moeder voor haar zorg en haar belangen wegen immers veel zwaarder dan wat een hulpverlener (vaak ambulant) te bieden heeft. Ze zet zoden aan de bestaansgrond van Inge en werkt mee aan herstel van het onderlinge vertrouwen.
De onderlinge erkenning is een belangrijke focus voor de hulpverlener. Een vraag van de hulpverlener in dit verband zou hunnen zijn: "Op welke manier heeft Inge u geprobeerd te steunen in uw moeilijke situatie?". Rechtstreekse erkenning geeft de hulpverlener vooral dan wanneer er weinig ander hulpbronnen beschikbaar zijn. Er zijn situatie, dat de hulpverlener nog maar een van de weinige, dan wel de enige in de context van de cliënt is. Met het geven van erkenning moet dan ook tegelijk gewerkt worden aan het aanboren van hulpbronnen in de context van de cliënt.
De hulpverlener kan ook indirecte erkenning geven. Wanneer hij vraagt: "Wie heeft het meest de zorg kunnen zien, die jij aan je moeder hebt gegeven"; of: "op welke manier laat je moeder je merken dat ze waardeert wat je voor ze doet". Dit betekent dat de hulpverlener de geboden zorg in ieder geval de zorg gezien heeft. Tegelijk slaat hij een nieuw spoor in: de weg naar de context van de cliënt. Het vraagt soms heel wat zoekwerk en volharding om deze hulpbronnen te zoeken. In eerste instantie reageren veel cliënten vaak met pijn. Maar daarachter blijken vaak wel mensen te zijn, die wel eens iets hebben laten blijken van hun betrokkenheid en begrip. Dat zijn bronnen, die opnieuw kunnen worden aangeboord en waarin mensen mee aan de slag kunnen.

Erkenning geven leidt dan ook niet tot een eindpunt, maar beoogt de cliënt in beweging te zetten. Door het stellen van relationele en verbindende vragen zoek je er als hulpverlener naar om de onderlinge erkenning uit te lokken en mensen daarover in dialoog met elkaar te brengen. Een dialoog, die helend werkt en ruimte schept om ieders eigen belangen een plaats te geven.


Erkenning en parentificatie

Wellicht ontstaat de vraag of het geven van erkenning voor geboden zorg geen parentificatie van het kind in de hand werkt. Gaat een ouder hiermee niet leunen op de zorg van het kind, waardoor het te zwaar belast wordt? Er is inderdaad een mogelijkheid dat door een vanzelfsprekendheid van een ouder een kind steeds meer zorg gaat geven. Het behoort echter tot de verantwoordelijkheid van de ouder om na te gaan of een kind niet te zwaar belast wordt met zorg voor een ander. Het behoort evenzeer tot de verantwoordelijkheid van de hulpverlener om dit met de ouder te bespreken.
De hulpverlener brengt zo een proces op gang van zelfafbakening. De belangen van ouder en kind worden van elkaar onderscheiden en gezocht kan worden hoe aan beide belangen recht gedaan kan worden. Het proces van zelfafbakening is de eerste fase in de dialoog.
Toch is er eigenlijk meer sprake van het omgekeerde: Doordat de zorg gezien wordt en benoemd wordt verhoogt dit de zelfwaardering van de jongere. Wat de jongere aan zorg geboden heeft doet ertoe voor de ander, betekent iets voor de ander en dat draagt bij aan een positief zelfbeeld van de jongere.
De jongere heeft een zinvolle bijdrage gegeven en dit wordt erkend door de ouder. Een gevoel van bezorgdheid van waaruit de jongere dit heeft gedaan blijft dan niet ongenoemd en door het te noemen kan de ouder de verantwoordelijkheid voor het kind weer nemen en kunnen positief afgebakend worden. Het is schadelijk om de zorg ongenoemd te laten: de bezorgdheid van het kind is immers reëel, maar zou door het zwijgen geen plaats en geen betekenis krijgen. Kinderen steken er doorgaans veel energie in om het hun ouders goed te laten gaan. Het lucht hen meer op wanneer zij hierover in een zinvol gesprek met hun ouders komen (al dan niet geholpen door een hulpverlener) waarbij zowel de eigenheid van de jongere als de verantwoordelijkheid van de ouder afgebakend worden en zo recht gedaan wordt aan de asymmetrie in de balans tussen ouders en kinderen. In het geval van Inge betekent het dat haar beleving van de situatie en haar toekomst weer de aandacht krijgen, die ze behoeven. Met moeder zal gezocht kunnen worden hoe zij haar echtscheidingspijn op een ander manier een plaats kan geven zodat het niet meer ten koste van Inge gaat. Erkenning werkt de-parentificerend. Pas na de erkenning voor de zorg, die in de ander geïnvesteerd is begint de fase om de gegeven zorg van de cliënt af te bakenen naar een bij de cliënt passende zorg. Voorbijgaan aan de fase van de erkenning betekent dat de cliënt minder openstaat voor het afbakenen van de eigen positie.


Erkenning en meerzijdige partijdigheid

Een aspect wat niet ongenoemd mag blijven, is dat erkenning geven vraagt om een zorgvuldige benadering van de gehele context van de cliënt. Inge is niet geholpen door een opmerking van de hulpverlener waarin haar moeder beoordeeld wordt. Bijvoorbeeld: Inge is door haar moeder vreselijk uitgescholden. Reageert de hulpverlener met: "dat is erg voor je, dat had je moeder nooit mogen doen!" Of met: "Dat is erg voor je. Omdat van je moeder te horen". De eerste reactie kan ook een verdediging van haar moeder oproepen, waardoor ze niet toekomt aan haar verdriet. De tweede reactie kan toegang geven tot de pijn, die Inge ervaart, zonder dat er een negatief oordeel over haar moeder gegeven wordt. De eventuele weg terug naar het gesprek met haar moeder kan dan eerder bewandeld worden.

Zoals blijkt is deze meerzijdige gerichte partijdigheid een zaak van nauwkeurig wegen van de woorden. Het is de kunst om de beoordeling uit je woorden weg te halen, zonder dat de hulpverlener de solidariteit met de cliënt kwijtraakt. Integendeel, deze vorm van partijdig zijn met de cliënt geeft de cliënt de veiligheid om te doorvoelen wat hij voelt, zonder dat hij zich schuldig hoeft te gaan voelen.
Meerzijdig partijdig zijn wil dus zeggen: partijdig zijn met de cliënt zonder tegenpartijdig met de context te worden. Erkenning, die op deze wijze wordt gegeven draagt bij aan een verbetering van het onderlinge vertrouwen, dan wel tot het creëren van de condities daartoe.

Tenslotte

Erkenning geven aan de cliënt waardoor er een mogelijkheid gecreëerd wordt voor de onderlinge dialoog binnen de context van de cliënt, dat is min of meer het motto van dit artikel. Een weg waar voetangels van beoordeling en klemmen van teveel aan verantwoordelijkheid liggen. Echter wel een begaanbare weg. Een weg zelfs, die ook de hulpverlener minder uitput, omdat de ondersteuning niet allemaal van hem afhankelijk is. Het is de spannende speurtocht naar de mogelijkheden van onontdekte hulpbronnen in het netwerk van de cliënt. Geen weg van snelle oplossingen; die blijken dikwijls een kort leven beschoren te zijn. Erkenning is een noodzakelijk station bij alle vormen van hulpverlening. Het is de weg terug naar vergroting van het onderlinge vertrouwen, van vergroting van zelfafbakening en zelfwaardering van de cliënt. Daarom: de moeite waard!

naar overige artikelen