| naar overige artikelen Agressiemanagement. Door Hans Oostrik en Jan Ruigrok Mensen communiceren met elkaar in woord en gebaar. Zolang er overeenstemming bestaat in en over die communicatie is er weinig reden tot zorg. Echter als partijen in hun communicatie tegengestelde doelen nastreven bestaat de kans dat zij naar steeds krachtiger communicatiemiddelen zoeken. Om het eigen gelijk te onderstrepen, om de ander te overtuigen, om ongenoegen te uiten, om hulpeloosheid te benadrukken, om de machtsposities te herstellen. Al gauw ontaardt communicatie dan in een gevecht, waarbij soms winnaars en verliezers, maar in veel gevallen alleen verliezers overblijven. Een van die krachtige middelen is het gebruik van agressie, verbaal of non-verbaal. Omdat communicatie zich afspeelt tussen mensen, kunnen we er niet omheen om kritisch te kijken naar onze eigen rol. Wat heb ik gedaan of nagelaten, dat de ander agressief maakt? Daarmee stellen we niet de schuldvraag aan de orde. Integendeel. We willen nagaan in hoeverre iemand zelf invloed uitoefent op het voorkomen of ontstaan van agressie. Het gaat er niet om wie er begonnen is, maar wie er mee ophoudt. De docent in de klas die in staat is om agressie in juiste banen te leiden, draagt daarmee bij aan een veilig schoolklimaat. Dit artikel gaat daar nader op in. Allereerst definïeren we het begrip agressie, waarbij we het loskoppelen van het begrip geweld. Voor ons zijn dat geen synoniemen! Vervolgens verkennen we de manieren waarop mensen over grenzen gaan en geven aan hoe eigen grenzen te herkennen zijn. Hoe onze eigen geschiedenis van invloed is op de manier waarop we met agressie omgaan. Dit laat zien waarom bepaald leerlinggedrag bij de ene docent tot escalatie leidt, terwijl een ander er met een glimlach aan voorbij gaat. Een ander perspectief op agressie, waarbij niet het gedrag maar de behoefte of hulpvraag uitgangspunt is, geeft aanknopingspunten voor geslaagde interventies. Voor gevallen waarbij het echt uit de hand (dreigt te) lopen, geven we in een de-escalatie model handzame tips. Agressie, waar heb je het dan over? Agressie lijkt een maatschappelijk probleem, dat zich op allerlei terreinen manifesteert en waarbij vaak het gevoel ontstaat dat we machteloos tegenover staan. Vaak staat in de beleving agressie gelijk aan 'zinloos' geweld. Maar in onze ogen doet dat onrecht aan het begrip agressie. Wat is agressie precies? In de loop der eeuwen zijn er verschillende visies op het begrip agressie ontwikkeld. Voorbeelden zijn te vinden in de evolutieleer (het recht van de sterkste) van Darwin. Bij Freud, die spreekt over aangeboren agressiedrift. In de sociobiologie waarin Konrad Lorenz agressie definieert als een instinct ter vergroting van overlevingskansen. Het behaviourisme ziet agressie als aangeleerd gedrag, dat dus ook af te leren is, bijvoorbeeld Skinner's operante conditionering (leren door doen, via straffen en belonen). De experimenten van Pavlov zijn ons allen bekend. Andere theorieën leggen verbanden met oplopende frustratiedruk (John Dollard) of geconditioneerde mentale programmering. Patterson meent dat al gauw vicieuze cirkels ontstaan, doordat agressieve personen geneigd zijn in het gedrag van anderen naar agressieve bedoelingen te zoeken., wat vervolgens negatieve reacties van de omgeving uitlokt enz. Ook karaktereigenschappen (erfelijkheidsleer) en normen- en waardenpatronen in culturen en groepen (systeemtheorieën, loyaliteitsleer) spelen blijkbaar een rol. Een bijzondere plaats verdienen religieuze overtuigingen en andere 'edele' motieven, die uit naam van de Waarheid tot agressie kunnen leiden. Tenslotte is er de invloed van geestverruimende en daarmee grensoverschrijdende middelen als alcohol en drugs. Uit al deze theorieën is, zonder waareoordelen te geven, een aantal aannames af te leiden, die aanknopingspunten geven om op een verantwoorde manier met agressie om te gaan. Daarbij is ons uitgangspunt: hoe kunnen we in onze communicatie gebruik maken van deze aannames, waardoor we op een verantwoorde manier leren omgaan met onze eigen agressie en met die van anderen? Die aannames zijn:
Enkele aandachtspunten voor de communicatie daarbij zijn:
Grenzen van agressie Wat we vaak vergeten, is dat we ook regelmatig als docent de grenzen van leerlingen verkennen, uitdagen. Wij willen graag en goed lesgeven, maar leerlingen willen veel meer. Ze willen zich veilig voelen, invloed hebben op wat er gebeurt, ze willen geactiveerd worden. Maar bovenal willen ze persoonlijk contact: een leraar die hen ziet als mens, en niet alleen als leerstofconsument. Als aan deze behoeften niet wordt voldaan, dan komen hun grenzen in zicht. "Ik mag toch wel even naar de w.c. lopen, als ik moet, je mag hier nog niet eens even wat vragen, als ik jarig ben kan ik toch geen huiswerk maken, die leerstof is veel te moeilijk voor ons, ik zei alleen maar.. .. .." Wie kan deze voorbeelden niet met tientallen aanvullen? Een professioneel docent opereert in zo'n spanningsveld vaak op het scherpst van de snede. Grensoverschrijdingen roepen emoties op, bij jezelf, zowel als bij de ander. Dat maakt hanteren van de situatie moeilijk. Maar niet onmogelijk. De kunst is de grensoverschrijdende momenten te herkennen en zichtbaar te maken. Zowel bij jezelf als bij de leerling.
Tolerantie grens: Of: Triggermoment:
Eigen agressie herkennen. "Meneer Pelters begint altijd met een grapje, daarna geeft hij een waarschuwing, daarna nog eens en dan loopt hij langzamerhand rood aan. Als hij met de armen over elkaar voor de klas gaat staan wordt het menens. Dan moet je er echt wat op uit gaan doen. Wie dan nog wat zegt is het haasje.." Iedere leraar heeft zijn eigen agressie geschiedenis. Die wordt gevoed vanaf het moment van zijn geboorte. Hoe zijn zijn ouders omgegaan met zijn behoeften? Hadden ze een goed antwoord op zijn huilen? Is er een veilige binding ontstaan? Was hij enig kind? Welke karakterkenmerken heeft hij in aanleg meegekregen? Welke boodschappen over omgaan met agressie heeft hij van zijn ouders meegekregen? Hoe is hij daarin beïnvloed door zijn sociale context? Welke rol hebben milieu, vrienden, clubs en zijn schoolomgeving gespeeld? Hoe heeft zijn normen en waarden patroon zich daardoor ontwikkeld? Heeft hij zelf kinderen van die leeftijd (gehad), wat is zijn leeftijd en fysieke gesteldheid? Hoe kijkt hij terug en vooruit op zijn loopbaan als docent? Was hij in momenten van agressie vooral slachtoffer, meeloper of juist dader? En wist hij daarbij overeind te blijven, of ging hij er onder door? Hoe deed hij dat? Ieder mens is daarin uniek. Maar die voorgeschiedenis bepaalt wel voor een groot gedeelte je eerste opwelling, je opstelling als je met agressie geconfronteerd wordt. Spannende situaties roepen razendsnel gedachten op die in een fractie van een seconde uitkomen bij elementaire angsten en opdrachten die je van huis uit meekreeg. Je kiest onbewust een houding die in het verleden in soortgelijke situaties de meeste winst of het minste verlies opleverde. Dat varieert van aanvallen, verdedigen, ontkenning, passiviteit, tot vluchten. 'Lesgeven betekent vechten, als je niet laat zien dat je ze de baas bent, breken ze de boel af", was tijdens een training de pertinente mening van een docent met ruim acht jaar ervaring. Gevraagd naar het waarom, bleek tot zijn eigen verbazing dat hij eigenlijk nooit hoefde te vechten, maar dat hij nog steeds refereerde aan zijn eerste jaar voor de klas, waarin hij slechts met veel straffen en dreigen overeind was gebleven. Het is goed om te weten wat je zwakke plekken zijn, om te anticiperen op leerlingengedrag en te oefenen met eigen reacties daarop. Erken dat je ook fouten maakt. Gebruik van je tolerantiegrens. Lukt dat niet, kies dan voor een uitgestelde reactie. Dat betekent
Spreek een leerling die over de schreef is gegaan aan op zijn gedrag -"jij zat propjes te schieten onder mijn uitleg" en niet op zijn persoon: "Jij bent een vervelende klier." Is het toch nodig om straf te geven, doe dat niet om je frustraties af te reageren (gedrag afstraffen) maar om duidelijkheid en structuur te geven (gedrag corrigeren). Het is goed te beseffen dat je zelf ook een rol hebt gespeeld in wat er gebeurde. Een leerling leert veel van de manier waarop een docent met conflicten omgaat. Je hebt een modelfunctie, als je in staat bent om ergens een streep onder te zetten. Het is ook goed voor je eigen gemoedsrust (en nachtrust) als bij jou geldt: nieuwe dag, nieuwe kansen. Over het algemeen blijf je in dergelijke situaties beter overeind als je in staat bent om uit te gaan van: "Die leerling heeft een probleem" (een hulpvraag) en niet alleen: "die leerling is een probleem." (lastpak). Wie op deze manier naar agressief gedrag kijkt, via de leerling, de omgeving en de eigen rol daarbij niet vergeet, zet een belangrijke stap op weg naar geweldloze communicatie. Door oog te hebben voor het probleem achter het probleem, door het eigen functioneren te onderzoeken en zicht te hebben op valkuilen in de communicatie, door de leerling in zijn waarde te laten en de invloed van de groep te benutten, ontstaat een klimaat waarin agressief gedrag bespreekbaar wordt. Daarmee werk je niet alleen curatief, maar ook preventief. Zo maak je een leerlingprobleem tot jouw probleem:
En zo kan het ook:
De-escalatie Beperk je in zo'n geval tot het stoppen van de vechtpartij. Isoleer de partijen en vraag daarvoor zo nodig assistentie van een collega. Daar kun je binnen je team afspraken over maken. Ga niet in discussie over het hoe en waarom. Reageer niet als beide partijen zich tegen jou richten, ook niet als ze beledigende woorden gebruiken. Bedenk dat dat vooral met emoties te maken heeft, die afgereageerd worden. Het gaat niet om jou. Ga niet mee in verbaal geweld. Negeer dreigementen als die geuit worden en wordt zeker niet zelf handtastelijk, tenzij in geval van zelfverdediging. Beperk je dan tot afweren. Blijf rustig praten en zorg voor oogcontact. Geef de kans om stoom af te blazen en blijf rustig herhalen wat je wilt dat er gebeurt. "Arjan, jij gaat met Marja naar buiten, wat water drinken, Muffad, jij gaat op je plaats zitten, dan kunnen we wat aan die bloedneus doen." Als alles wat rustiger is geworden, kan er ook aandacht zijn voor de groep. Geef gelegenheid in groepjes af te reageren, rustig te worden. Laat vertellen wat ze gezien hebben en hoe ze het ervaren hebben. Creeër duidelijk beeld van de gebeurtenissen. Stel ook jezelf gerust; het incident is wel bij jou gebeurd, maar het was niet jouw schuld. Integendeel, door jouw professionele aanpak is het nog redelijk goed afgelopen. Geef jezelf daar rustig een compliment voor! Als alles achter de rug is, beslis dan wat je met de rest van het uur gaat doen. Soms is het beter om de les te hervatten, als je daartoe zelf in staat bent. Misschien is een ander vervolg nodig. Zeker als jezelf nog niet van de schrik bekomen bent. Houd de groep wel bij elkaar. Kies in ieder geval voor een uitgestelde reactie, waarin je samen met de betrokken leerlingen het incident terughaalt en naar oplossingen zoekt. Het is goed om daarbij ook de mentor te betrekken, en, naar gelang de ernst van de situatie, de ouders en de schoolleiding. Neem maatregelen als dat nodig is. Kom later in de groep terug op de afhandeling en spreek af het voorval als afgesloten te beschouwen. Controleer of dat ook inderdaad zo is. Geef als daarom gevraagd wordt een toelichting op genomen maatregelen, maar stel ze niet ter discussie. Tenslotte: ga na, liefst samen met je collega's, wat je hebt gedaan en wat je een volgende keer misschien nog anders zou kunnen doen. Hoe had je het gebeurde eventueel kunnen voorkomen? De winst van zo'n evaluatie komt niet alleen ten goede aan jou, maar aan het hele team. Op een school die een veilig klimaat nastreeft, is teamgerichte aanpak een eerste vereiste. Nawoord De auteurs van dit Artikel, Hans Oostrik en Jan Ruigrok zijn trainer/adviseur bij KPC Groep in ’s-Hertogenbosch. Samen met Rian Hoorens-Maas schreef Jan Ruigrok het boek: Op weg naar een geweldloze school. ISBN 90-402-0059-9 |
||||||||||||||||||||||||||||||