| naar overige artikelen De ornithologie van de begeleiding Samenwerken leer je in het ouderlijk nest door Jan Ruigrok Het gezin is de eerste plek waarin kinderen leren samenwerken. De patronen die zij daar in samenhang met ouders, broers en zussen, ontwikkelen bepaalt de manier waarop zij later op school, op hun werk, in relatie met vrienden en partners aan samenwerking vormgeven. Tussen broers en zussen ontwikkelt zich een vertrouwdheid en een vriendschap die een leven lang kan meegaan en kracht geeft. Maar er zit ook een element van competitie in. Ieder kind groeit bij complimenten en waardering van zijn ouders en zoals vogeltjes vechten om de worm in hun moeders snavel, strijden kinderen in het ouderlijk nest om liefde en aandacht van pa en ma. Sommigen pikken in die strijd de vetste wormen terwijl anderen verpieteren. Er kan een strijd ontbranden waarin kinderen uit het nest gegooid worden en maar moeten zien hoe ze overleven.. Tegelijkertijd biedt het eigen nest warmte, plezier en vertrouwdheid en geeft het broers en zussen een gezamenlijke kracht om de bedreigingen van buiten te weerstaan. Als het erop aankomt staan ze samen sterk en vullen ze elkaar aan. Samenwerking in liefde maar ook met voetangels en klemmen. Vier vogelsIeder kind heeft de behoefte aan zijn ouders te geven en dat lukt beter wanneer je je van je broers en zussen weet te onderscheiden. Je kunt in de manier waarop kinderen aan hun ouders geven vier basispatronen onderscheiden, elk met zijn eigen lusten en lasten. We noemen ze de Pelikaan, de Condor, de Ekster en de Flierefluiter. Het zijn uitersten en de kans is groot dat ieder in zichzelf meerdere vogels herkent. En enig kinderen? Die raden we aan na te gaan wat zij moesten doen om dat extra wormpje uit moeders snavel te ontvangen. De Pelikaan: het Zorgende KindHet logo van de bloedbank is de pelikaan. Zij voedde haar kinderen met haar eigen bloed. De Pelikaan richt zich op de behoeften van de ouders en verwerft zich bestaansrecht door voor anderen te zorgen. Met het risico zelf leeggezogen te worden. Met complimenten als ‘wat heb jij goed op je broertje gepast’, leert het kind wat het moet doen om complimentjes en waardering te krijgen. De krachten van de pelikaan kunnen zich tegen hem keren wanneer hij vastloopt in zijn pelikanenpatroon.
Een pelikaan voelt zich thuis in beroepen waar hij iets voor anderen kan betekenen. Sectoren als verpleging en leerlingbegeleiding hebben een hoog pelikaangehalte. De Condor: het Perfecte KindGroots, machtig en alles overziend vliegt hij over bergen en valleien. Bewonderd om zijn pracht en gevreesd om zijn kracht. Maar vaak ook eenzaam omdat hij weet dat wanneer hij zijn zwakte laat zien, hij verloren is. Zijn donkere kanten zal hij met niemand delen. De condor. Wanneer een kind zich ontwikkelt tot pelikaan, kan een jonger broertje of zusje daar moeilijk in meegaan. Hij heeft op zijn minst negen maanden achterstand en zal een ander patroon moeten ontwikkelen. De kans is groot dat hij zich ontwikkelt tot Condor, het Perfecte Kind. Hij richt zich niet op de behoeften van zijn ouders, maar op hun verwachtingen.
De Ekster: de Zondebok of BliksemafleiderDe ekster zingt niet, maar maakt een rotgeluid. Hij hipt door je tuin zonder enig aantoonbaar nut en wanneer je even niet kijkt, jat hij je zilverwerk dat hij, zonder dat hij er ook maar iets mee doet, opslaat in zijn nest. Eigenlijk zou de wereld beter afzijn zonder eksters. Regelmatig wordt Erik opgepakt wegens winkeldiefstal. De incidenten vinden steeds plaats de dag nadat bij echtelijke ruzies tussen zijn ouders de vonken er vanaf gesprongen zijn. Nadat hij is opgepakt geven pa en ma elkaar een hand en halen Erik op van het bureau waarna ze zich gezamenlijk aan zijn opvoeding wijden: ‘Wij zijn een normaal gezin, jammer dat Erik niet wil deugen.’ De ekster brengt zichzelf in de problemen en krijgt de klappen die voor anderen bedoeld zijn. Maar ook kan de ekster zich ontwikkelen tot een onafhankelijke, vrije vogel die wanneer het erop aankomt aan alles en iedereen lak heeft, zegt wat niemand durft te zeggen en daarmee de heetste kastanjes uit het vuur sleept. In het bedrijfsleven zijn het de klokkenluiders. In de klas is het de leerling die, wanneer de spanning te hoog oploopt, een wind laat en eruit wordt gestuurd.
De Flierefluiter, het Jongste KindDe flierefluiter is een paradoxaal vogeltje: hij geeft aan anderen door van hen te ontvangen. Om drie uur komt hij uit school en vraagt aan moeder of ze een lekker kopje thee wil zetten. De flierefluiter slobbert de thee en moeder krijgt het gevoel dat ze een geweldige moeder is. Hij laat zich graag vertroetelen en zet daarmee de ouders in de ouderrol en de begeleider in de begeleiderrol. Een Pelikaan kan zich geen prettige broertje of zusje voorstellen dan een flierefluiter; een flierefluiter gedijt bij een Pelikaan. Streamer * ‘Een zus met zeven broertjes is een slaaf. Een broer met zeven zusjes is een graaf ‘ Nederlandse volkswijsheid * Een gesprek kan tussen een flierefluiter en een begeleider kan zich als volgt ontspinnen: Begeleider: En hoe gaat het op school? Flierefluiter: Prima, zeker als jullie wat minder moeilijk zouden doen. B: Ja, maar het is toch belangrijk als je wat aan je je studieplanning doet. F: Dat hoeft helemaal niet joh. Mijn broer heeft nog tig werkstukken op zijn computer staan die ik zo kan gebruiken en als het fout gaat komt mijn vader wel even naar school om die 5,4 naar een 6,0 te praten. Laten we leuks gaan doen…’ De flierefluiter hoeft niet perse het jongste kind te zijn. Vaak zijn het ook enig kinderen. Wel zit hij vaker een beetje onderaan in de kinderrij zit. Vader en moeder voelen minder minder de spanning van de opvoeding en zijn meer in staat de teugels te laten vieren.
Zingt het kind op school zoals het thuis gebekt is?Hierboven las je bij ieder vogeltje een valkuil voor de begeleider. In zijn algemeenheid geldt dat een leerling zijn vogelpak niet voor niets heeft aangemeten. Het levert hem veel op, vooral thuis. Maar het kan in zo’n pak ook knap benauwd worden. Wie zijn pak uittrekt, staat in zijn nakie en weet niet, of misschien juist heel goed, hoe de familie erop reageert. Wanneer je een leerling het benauwd ziet hebben wees dan voorzichtig en nodig hem met kleine stapjes uit ander gedrag te oefenen in een veilige situatie, bijvoorbeeld in de klas: ‘Over thuis wil ik het niet hebben’, zegt een mentor tegen een zorgend kind, ‘maar hoe vind je het als wij eens iets voor jou doen?’ Wanneer we het positieve en het negatieve beeld dat gezinsleden van de verschillende vogels kunnen hebben, een beetje ongenuanceerd, op een rij zetten, levert dat het volgende beeld op.
Of kinderen de patronen die zij thuis ontwikkelen op school of elders voortzetten is voor een groot deel afhankelijk van de erkenning die zij thuis krijgen. Een jaar geleden is moeder overleden en de cijfers van Carla kelderen. Tegen de mentor zegt haar vader dat hij zich grote zorgen maakt nu blijkt dat haar resultaten achteruit gaan. Hoewel hij het niet uitspreekt voelt hij zich als vader mislukt, nu blijkt dat hij het niet alleen aankan. De mentor kan zich dat voorstellen en hij en vader spreken af dat er gezinshulp geregeld gaat worden, dat Carla thuis minder taken op zich neemt en dat ze extra huiswerkbegeleiding krijgt. Na aanvankelijk een maand of twee nog meer inzet vertoont te hebben en nog meer voor iedereen gezorgd te hebben, verandert de Pelikaan in een Ekster. Een jaar geleden is moeder overleden en de cijfers van Christa kelderen. Tegen de mentor zegt vader in het bijzijn van Christa dat hij enorm trots is zijn dochter die zich thuis drie keer in de rondte werkt. De mentor kan zich dat voorstellen en vraagt hoe ze beiden tegen school aankijken. ‘Ach’, zegt vader, ‘ik ben soms wat bang dat ze thuis meer doet dan eigenlijk goed is, maar als ze een jaartje blijft zitten, heb ik het daar niet moeilijk mee. We moeten er met z’n allen doorheen’ De mentor beaamt dit. Het lijkt erop dat Christa op school zich door haar vriendinnen kan laten vertroetelen en tot rust komt. Na een maand of twee vertonen haar resultaten een stijgende lijn. Thuis is Christa een Pelikaan, op school is ze weer af en toe de Flierefluiter en hervindt ze evenwicht om van daaruit later als een Condor door het examenjaar te vliegen. Van Carla en Christa kunnen leren dat het meest weerbaar en gelukkig zijn die kinderen , die zich in iedere pluimage thuis voelen en het verenpak aantrekken dat hen op dat moment en in die situatie het lekkerst zit. Zij hebben het meeste noten op hun zang: ze genieten ervan om voor anderen te zorgen, de prachtigste prestaties neer te zetten, soms dwars te zijn of zich lekker te laten vertroetelen. Zolang er voor alles maar een juist seizoen is. Jan Ruigrok is redacteur bij TvL en trainer/adviseur bij KPC Groep in ’s-Hertogenbosch. Reacties: j.ruigrok@kpcgroep.nl.
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||