naar overige artikelen

Adoptie, hechting en loyaliteit

Jos van Duinen

Het feit dat je ouders je het leven geven, maakt dat je onvoorwaardelijk met hen verbonden blijft. Wat er ook gebeurt. Als dat ‘wat’ adoptie is, komt er een tweede ouderpaar in het leven van een kind. Aan die ouders kan het loyaal worden, loyaliteit verwerven. Dat is de kern van de contextuele therapie van Nagy. Maar hoe wordt er vanuit de theorie van Nagy aangekeken tegen hechting,een onderwerp waar adoptieouders veel over nadenken? En hoe hangen hechting en loyaliteit met elkaar samen: is het eerste een voorwaarde voor het laatste of juist andersom? De kijk van Ard Nieuwenbroek, trainer/adviseur bij Ortho Consult, op hechting en loyaliteit.

Verworven loyaliteit
Ard Nieuwenbroek krijgt regelmatig hulpvragers uit de adoptiewereld in zijn praktijk. Hij werkt volgens de contextuele methode, een verbale therapie waarbij de hulpverlener door het stellen van vragen de hulpvrager de bredere context van zijn eigen positie laat ontdekken en zo zijn eigen probleem laat onderkennen. Deze context staat op vier poten; feiten, psychologie, interacties en relationele ethiek. In vaktaal worden deze poten dimensies genoemd. In geval van adoptie en loyaliteit is vooral de vierde dimensie belangrijk; erkenning voor wat adoptie teweeg heeft gebracht in de balans van geven en nemen tussen mensen. Een adoptiekind blijft altijd zijn zijnsloyaliteit, ook wel existentiële loyaliteit genoemd, houden, die is er automatisch door zijn geboorte. Adoptieouders moeten hun loyaliteit verdienen. Voorwaarde daarbij is dat de adoptieouders hun kind de ruimte geven loyaal te zijn aan zijn afkomst. Zo verwerft het kind loyaliteit, voelt het zich vrijer, en verdienen de adoptieouders de nodige credits. Op die manier kan verworven loyaliteit naast zijnsloyaliteit ontstaan. Als een kind zich niet vrij voelt, gaat het trouw zoeken aan zijn biologische afkomst. Als een kind niet loyaal kan zijn aan zijn biologische ouders kan dat het hechtingsproces met de adoptieouders bemoeilijken.

Zijnsloyaliteit ervaren
Adoptieouders merken vaak dat het kind sterk verbonden is met zijn oorsprong als het ongeveer zeven jaar oud is. Dan is het kind zover in zijn ontwikkeling, dat het zich realiseert dat om te worden geadopteerd, hij eerst moet zijn afgestaan. Het zal zich afvragen waarom hij is afgestaan, wie zijn biologische ouders zijn, en hoe het met ze gaat. Ook jongere kinderen ervaren hun zijnsloyaliteit, maar dit is minder zichtbaar voor de buitenwereld. Boosheid, afstandelijkheid, verdriet en verzet kunnen uitingen zijn van deze loyaliteit. Ook heel jonge kinderen ervaren op een heel subtiele manier of zijn adoptieouders ruimte bieden voor de (vertikale) loyaliteit aan zijn biologische ouders. In de voorbereiding van aspirant-adoptieouders zou deze gewetensvraag, kun je je kind accepteren als het kind van iemand anders, de nodige aandacht moeten krijgen. Zijns- en verworven loyaliteit samen vormen een voedingsbron voor een goede hechting. Adoptieouders moeten daarbij een actieve rol spelen om hun kind de mogelijkheid te geven loyaal te zijn aan zijn biologische ouders. Ard Nieuwenbroek: ‘Acceptatie van, en openheid over de oorsprong van het kind, versterkt de loyaliteit aan de adoptieouders, omdat deze hun kind geven wat het nodig heeft.’

Hechting volgens Nagy
Ard Nieuwenbroek: ‘Hechting en (verworven) loyaliteit zijn beide ontzettend belangrijk, het zijn basale thema’s als het gaat over de verbinding tussen ouders en kind. Je kunt vanuit verschillende (theoretische) invalshoeken over hechting denken. In de gezinstheoretische visie, communicatie, gestalttherapie en dus ook in de contextuele therapie wordt over hechting en de totstandkoming ervan gesproken. Alle visies hebben hun waarde. Ze kunnen allemaal op hun eigen manier bijdragen aan een betere, een meer veilige hechting. Vanuit de visie van Nagy kijk ik op een heel basale manier naar hechting: een adoptierelatie kan nooit een zijnsloyaliteit worden. Adoptieouders hebben hun kind niet het leven gegeven, maar zijn hulpbronnen waar de kinderen in vertrouwen op terug kunnen vallen. Adoptieouders voeren een “opdracht” uit: goed zorgen voor het kind. Door de zijnsloyaliteit te respecteren werk je aan de verworven loyaliteit. De uitdaging van adoptieouders is een passende manier te zoeken om met het onrecht dat het adoptiekind is aangedaan om te gaan.’ Ook hechtingsproblemen worden door Nagy uitgelegd in relatie tot loyaliteit. Nieuwenbroek: ‘In het geval van hechtingsproblemen is er vaak sprake van een onbalans in de loyaliteiten tussen adoptieouders en kind. Loyaliteitsconflicten en gespleten loyaliteit, daarvan is sprake als het kind het gevoel heeft te moeten kiezen, hebben een destructieve invloed op de hechting. Bij hechtingsproblemen is de kans op loyaliteitsproblemen groter, maar het hoeft niet perse. Zo kan een kind dat vanwege hechtingsproblemen uithuisgeplaatst is nog steeds loyaal zijn/blijven aan zijn adoptieouders, als zij maar betrouwbaar blijven. Als ze maar contact blijven houden, een lijntje vasthouden.’

Loyaliteit voorwaarde voor hechting
Adoptieouders kunnen door de biologische ouders in beeld te houden of te brengen een positieve bijdrage leveren aan het hechtingsproces in hun gezin. Ard Nieuwenbroek: ‘Loyaal kunnen zijn is een voorwaarde voor hechting, hechting niet voor loyaliteit. De loyaliteit van het kind aan zijn biologische ouders en andersom gaat per definitie vooraf aan de hechting. De onderlinge band wordt weer versterkt door de verworven loyaliteit die daarna tussen biologische ouders en kinderen ontstaat en vice versa. Ook tussen een adoptiekind en zijn biologische ouders kan overigens op een later tijdstip sprake zijn van verworven loyaliteit. Nieuwenbroek: ‘Als een geadopteerde zijn biologische ouders gaat zoeken of omgekeerd kan er ook tussen hen verworven loyaliteit ontstaan en kunnen zij zich ook aan elkaar hechten. De zijnsloyaliteit is dan aanwezig als basis voor hechting en de band kan groeien door verworven loyaliteit, door erkenning, wederzijds geven en nemen. Bij adoptiekinderen gaan de processen van hechting en verworven loyaliteit hand in hand. Als ouders betrouwbaar zijn (ethische dimensie), veiligheid bieden en sensitief reageren (de dimensies psychologie en interacties) worden zowel de verworven loyaliteit en de hechting van het kind aan hen versterkt. Loyaliteit is de brandstof voor hechting. Vooral betrouwbaarheid is belangrijk.’

Een cruciale punt bij Nagy
Belangrijk in de theorie van Nagy is het vermogen om te geven en te ontvangen. Het onvermogen of de weigering te ontvangen, kan van beslissende invloed zijn op de relatie tussen adoptiekind en –ouders. Voor adoptiekinderen kan het heel gevoelig liggen om erkenning of liefde van hun adoptieouders te “moeten” ontvangen. Nieuwenbroek: ‘Het is niet vanzelfsprekend dat de liefde en erkenning die adoptieouders “geven”, ook door hun adoptiekinderen worden “ontvangen”. Ontvangen kan heel moeilijk zijn voor adoptiekinderen, het impliceert voor hen vaak een schuld, het voelt alsof ze iets terug moeten betalen. Als hij die liefde niet terug kan geven, kan hij ook geen liefde ontvangen. Sterker nog: dan ontvangt hij die liefde liever niet, anders staat hij bij zijn adoptieouders in het krijt. Biologische ouders hebben al veel gegeven, namelijk hem het leven, en daarom kan het kind gemakkelijker van zijn biologische ouders liefde en zorg accepteren. Als een kind zich niet kan hechten aan zijn ouders, is het heel moeilijk voor hem de signalen en pogingen die de ouders hiertoe doen te ontvangen. Hij kan alleen binding accepteren als hij ook zelf kan binden. Als jij je hecht aan mij, moet ik me ook terug kunnen hechten.’

Een leven lang trouw willen zijn
Nieuwenbroek constateert dat veel van de problemen waar kinderen gedurende hun hele leven mee te maken hebben terug zijn te voeren op of versterkt worden door het omgaan met loyaliteitsgevoelens. ‘Het kind wil trouw zijn aan zijn adoptieouders, maar ook aan zijn biologische ouders. Dit kan een groot probleem zijn. Een kritieke fase is net voor de pubertijd als kinderen doorkrijgen hoe de voortplanting werkt. Door zich te realiseren dat ze zelf ook de mogelijkheid hebben om kinderen te krijgen, worden ze geconfronteerd met hun loyaliteitsgevoelens. Ook het verlaten van het ouderlijk huis kan voor een adoptiekind heel moeilijk zijn en gepaard gaan met een gevoel van niet loyaal zijn. Alle problemen die zich met kinderen kunnen voordoen komen bij adoptiekinderen in het kwadraat zo hard aan. Echtscheiding, of het overlijden van een ouder is voor adoptiekinderen een heel groot risico op ernstige problemen. Dit heeft ook weer te maken met het plaatsen van de loyaliteitsgevoelens: ze zijn al een keer gescheiden van hun biologische ouders, nu is dit voor de tweede keer. Meer dan ooit zal rekening gehouden moeten worden met hun gespleten loyaliteit. In dergelijke situaties kunnen ze hun loyaliteit niet goed verdelen. Ze hebben het gevoel te moeten kiezen. Als ouders gaan scheiden zullen ze er heel goed rekening mee moeten houden dat hun kind aan hen beide loyaal kan blijven. Als ze uiteindelijk op latere leeftijd zelf vader of moeder worden, worden ze keihard geconfronteerd met de existentiële manier van loyaliteit. Ook een zeer risicovolle fase.’

Met dank aan Rita Kobussen.



naar overige artikelen