Artikel van de Maand
Thuis op je werk
over contextueel leidinggeven in het onderwijs
drs. Ard Q. Nieuwenbroek & drs. Wim R. van Mulligen
“Ik kijk wel uit: mijn werk en mijn privé houd ik strikt gescheiden. Dat heb ik me altijd voorgenomen en dat zal altijd zo blijven!”. Heel vaak hoor je van leraren dergelijke uitspraken. Soms gepassioneerd: de emotie druipt eraf. Vaak lijkt het een weloverwogen beslissing na negatieve ervaringen. Wat opvalt is de stelligheid van de uitspraak. Maar klopt het eigenlijk wel? Is het eigenlijk wel mogelijk om werk en privé te scheiden? Doe je jezelf en anderen met deze uitspraken eigenlijk wel voldoende recht? Dit artikel verkent hoe thuis en het werk op school onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn en de kansen die ‘Contextueel leidinggeven’ schoolleiders daarbij biedt.
De invloed vanuit je gezin van herkomst op het werk is veel groter dan wij vaak denken. Meestal valt dat niet zo op en wanneer er geen problemen zijn, is er ook geen enkele aanleiding stil te staan bij het hoe en waarom van wat er misgaat. Heel veel mensen zijn in hun beroepskeuze, vaak zonder het te beseffen, beïnvloed door hun ouders. Opvallend bijvoorbeeld is hoeveel leraren zelf kind zijn van lesgevende ouder(s). Of agrariërs die het bedrijf van hun ouders hebben overgenomen. Soms wordt het beroep niet overgenomen maar kiest iemand een verwant vak. Zoals Maarten ’t Hart ooit sprak: “Mijn hele leven lang heb ik niet (net als mijn vader) tuinder willen worden. Daarom ben ik biologie gaan studeren….”. Hierin speelt loyaliteit een belangrijke rol. Loyaliteit is de verbinding tussen mensen die wijst op trouw. Die trouw tussen ouder(s) en kind heeft dan ook nog een existentiële bodem. Van huis uit is een kind trouw, loyaal, aan zijn ouders. De Hongaars/Amerikaanse psychiater Ivan Boszormenyi-Nagy geeft aan hoe loyaliteit ook een onverwachte invloed kan hebben op ons gedrag. Loyaliteit is als water dat een lek zoekt. Als de loyaliteit aan een van beide ouders niet tot uitdrukking gebracht kan worden, leeft deze ondergronds verder, wordt onzichtbaar, maar komt vrijwel zeker naar boven in de vorm van onverklaarbaar gedrag.
Een voorbeeld: Als na een scheiding een kind geen uitdrukking meer loyaal kan zijn aan zijn alcoholverslaafde en gewelddadige vader kan deze zelfde loyaliteit later op de werkvloer voor het dan volwassen kind de bron zijn van verschillend gedrag. Op school zien we zo’n leraar soms gedreven een module over verslaving geven of is diezelfde leraar onherkenbaar fanatiek als de vraag naar voren komt of tijdens de klasseavonden wel of geen alcohol wordt geschonken.
Zo streeft een kind na wat zijn ouders nastreven of doet zo’n , inmiddels volwassen, kind onbewust gelijksoortige dingen die de vader deed , bijvoorbeeld hetzelfde vak uitoefenen. Soms pakt dat positief uit: als een kind onbewust bezig is het werk, het beroep of een ideaal van een afwezige ouder voort te zetten op een wijze die bij hem past en hij door ook geschikt voor is. Een andere keer leidt die poging om, al dan niet bewust, loyaal te zijn aan de ouder tot gedrag wat voor de ontplooiing van het kind tot destructieve reacties.
Dorien is een bekwaam lerares wiskunde. Ze heeft één merkwaardige eigenschap: ze wil alles overdreven netjes hebben. Ze accepteert alleen perfect werk. Doorstrepen is verboden ("Opnieuw!"), het proefwerkpapier moet brandschoon zijn, ze geeft cijfers voor de netheid van de schriften en controleert zelfs wel eens of de handen van de leerlingen goed gewassen zijn. Haar vader was wiskundeleraar, die vroeger dochter en leerlingen regelmatig vertelde dat voor wiskunde netjes en nauwkeurig werken al de helft van het succes uitmaakte. Toen de ouders van Dorien gescheiden waren maakte moeder het Dorien vrijwel onmogelijk haar vader regelmatig te bezoeken.
Ook bij deze verborgen loyaliteit zoekt een volwassene, vaak onbewust, het tegendeel en vertoont dan omgekeerd gedrag , om als het ware goed te maken wat vader fout deed. Bijvoorbeeld vader was alcoholverslaafd en werd in het gezin niet serieus genomen. De zoon wordt later leerlingbegeleider met in zijn school als specialisme ‘verslavingsproblematiek’ en drinkt helemaal niet, om serieus genomen te worden. Of de dochter uit een gezin met veel geweld gaat maatschappijleer geven met als vaste module vredesvraagstukken, dan wel wordt voorzitter van de mr, gespecialiseerd in bemiddeling tussen team, schoolleiding en bestuur.
Verzet tegen en strijd met degene die hem, als kind, op een autoritaire manier verbood de loyaliteit naar vader tot uitdrukking te brengen, is eveneens een opvallend patroon bij kinderen. Een voorbeeld is dat het de gescheiden moeder niet lukt om het kind te laten gehoorzamen aan de meest kleine verzoeken. Als volwassen geworden kinderen kunnen deze mensen als leraren verschrikkelijk obstinaat zijn. Dat verzet richt zich dan in rigide conflicten op leidinggevenden. Die krijgen als het ware een openstaande rekening gepresenteerd.
Het valt de afdelingsleider op dat zijn collega Hans tijdens leerlingbesprekingen vaak heftig reageert op vrouwelijke leidinggevenden. Tegen alle logica in verzet hij zich voortdurend, tegen welk idee dan ook, zeker als deze ‘top-down’ wordt gepresenteerd..
De andere vorm van de uiting van verborgen loyaliteit is dat een volwassene niet meer loyaal aan anderen kan of durft te zijn, bijvoorbeeld aan een collega of schoolleider.
Nadia is leraar wiskunde en hopt van de ene naar de andere school. Ze voelt zich telkens niet thuis en vertrekt steeds na één/twee jaar. Nu gaat ze weer haar werkplek verlaten en heeft een lang exitgesprek met de schoolleider. Ze vertrouwt haar toe hoe moeilijk ze het vindt om zich aan leerlingen en collega’s op een werkplek te binden. Op de vraag van de schoolleider antwoordt ze spijtig dat ze ook geen vaste relatie heeft. Dit brengt een wending in het gesprek. Onder heftige emotie vertelt ze dat haar ouders nu twaalf jaar geleden zijn gescheiden en dat ze nog steeds niet kan begrijpen waarom. Haar moeder wil er niet met haar over praten en met haar vader heeft ze al vier jaar geen contact meer.
In al deze situaties is de loyaliteit aan de ouder(s) in grote mate ‘ondergronds’ gegaan. Maar het is als water dat op zoek is naar een lek.
Diezelfde loyaliteit kan voor nog meer problemen zorgen als in het gezin van herkomst sprake is van gespleten loyaliteit. Dat is het geval als een kind moet kiezen tussen de ouders. En dat niet incidenteel maar als een rigide patroon. Dat heet gespleten loyaliteit: moeten kiezen tussen twee onvermijdelijke, existentiële, intergenerationele loyaliteiten. Ouders zijn de bron van het leven van het kind, en deze kan dus geen van beiden loslaten zonder een deel van zichzelf te verraden.
Als een volwassene als kind te maken heeft (gehad) met gespleten loyaliteit naar de ouders, dan heeft dat vrijwel altijd gevolgen voor gedrag op werk. Twee situaties komen op het werk vaak voor: splitsend gedrag en onvermogen tot het maken van keuzes.
Splitsend gedrag
Op de werkplek kom je ze zeker tegen: collega’s die op iedere plaats in de schoolorganisatie ‘splitsend’ te werk gaan. In de docentenkamer praat zo iemand bijvoorbeeld met de ene collega negatief over een andere collega, en daarna met die andere over die ene, en zo verder, zodat een hele sectie in korte tijd op springen staat. Als je van jongsafaan hebt moeten slikken dat je móet kiezen, maar het niet kan, ga je daarnaar handelen. Mensen die lijden of geleden hebben onder een gespleten loyaliteit zijn vaak zelf splitsende mensen geworden. Ze hebben de neiging maar één partij te zien, bijten zich vast in één kant van de zaak, zijn niet in staat bruggen te bouwen. Heftige conflicten in scholen hebben vaak een aanvoerder of instigator die in het gezin van oorsprong moest leven met een gespleten loyaliteit. Als ze zien dat mensen goed met elkaar kunnen samenwerken, proberen ze hen tegen elkaar uit te spelen. Het is alsof ze zich pas happy voelen als anderen ruzie maken: dat maakten ze thuis ook altijd mee. Adolescenten en volwassenen die overal splitsend werken worden niet zo maar geholpen door een communicatietraining. Eerst zal het oor de splitsing geleden onrecht bewust gemaakt moeten worden en erkend. Dat kan heel goed in supervisie.
Onvermogen tot het maken van keuzes
Als een kind al jong in een gespleten situatie ten opzichte van de ouders leeft en dus te maken heeft met een onmogelijke keuze, spreidt zich dat vaak uit over andere levensgebieden, bijvoorbeeld in een keuze uit twee toetsen of methodes, zelfs niet kunnen kiezen tussen twee soorten koekjes. Bij het maken van een keuze ben je namelijk een deel kwijt, kiezen is voor zo iemand hetzelfde als verliezen. Voor veel volwassenen, die almaar op de werkvloer twijfelen, ligt hier de achtergrond van hun ineffectief gedragspatroon.
Contextuele schoolleiders
De contextuele benadering biedt een aanvullende kijk op leidinggeven . Deze benadering zegt vooral dat ieder mens is ingeweven in een netwerk van relaties. Deze eigen context omvat niet alleen de actuele relaties in gezin, school en maatschappij, maar ook de eigen geschiedenis, en daarin vooral de loyaliteitsbanden in het gezin van herkomst. Met de lusten en lasten vanuit zijn wortels stapt de leraar het onderwijs binnen en die bagage heeft invloed op zijn functioneren als mens en als leraar. Het werkt verhelderend en constructief als een schoolleider zijn collega behalve als leerkracht vooral ook als een mens met een eigen context benadert. Wie de contextuele visie weet te integreren in het geven van leiding, verhoogt de effectiviteit van zijn persoonlijk leiderschap.
Literatuur
- Boszormenyi-Nagy, I & Krasner, B.R.: Between give and take. A clinical guide to contextual therapy, Brunner/Mazel, New York 1986. (Nederlandse vertaling: Tussen geven en nemen, De Toorts, Haarlem 1994)
- Michielsen M., v. Mulligen, W., Hermkens, L., Leren over leven in loyaliteit, Acco, Leuven/Leusden 1998.
- ‘Contextueel leidinggeven in het onderwijs’ door Ard Nieuwenbroek, Piet Gieles en Wim van Mulligen, Acco, Leuven/Leusden 2003.