naar overige artikelen

Middagsymposium: Depressieve leerlingen bestaan!
Symposium Ortho Consult ‘Depressieve leerlingen bestaan’ groot succes

“We willen graag dat kinderen vrolijk zijn, geen zorgen hebben en zeker niet denken aan zelfdoding. Toch zijn er veel kinderen die daar wel aan denken.”’ Met deze woorden opende Dorian Verhagen woensdag 24 november als dagvoorzitter het middagsymposium over depressiviteit bij jongeren, georganiseerd door Ortho Consult. Tijdens dit symposium kwamen drie buitengewoon deskundige sprekers aan het woord, die alledrie een andere kant van het onderwerp depressie behandelden. De zaal, met belangstellende docenten, mentoren en leerlingbegeleiders uit het primair en voortgezet onderwijs, luisterde ademloos en was tot in de laatste minuut geboeid. Onderstaand vindt u, in beeld, tekst en audio, een impressie over het symposium.

Martine Delfos
, psycholoog, therapeut en schrijfster van vele boeken op het gebied van depressie bij jongeren, was de eerste spreekster op het symposium. Delfos ging uitgebreid in op het herkennen van depressiviteit in verschillende leeftijdsfases en bij jongens en meisjes. Ook sprak zij over de mogelijke oorzaken. “Een depressie kan ontstaan van binnenuit (door hormonen of aard van het kind) of van buitenaf (door traumatische gebeurtenis).


Martine Delfos (r): “Mannen hebben de neiging tot handelen, vrouwen niet. Mannen zijn effectiever in wegwerken van angsten.”

Delfos adviseerde om kinderen met een depressie iets te laten doen, naast praten. Het grootste gevaar voor het krijgen van een depressie is namelijk de gedachte. Met name in de puberleeftijd is de kans op een depressie bij meisjes groot. Zij denken meer dan jongens na over hun problemen. Jongens gaan iets doen om over hun probleem heen te komen. Dat betekent wel dat het percentage zelfdodingen bij mannen hoger ligt dan bij vrouwen. Mannen hebben de neiging tot handelen, dus ze doen meer aan zelfdoding…” Om te zorgen dat pubers niet wegzakken in een depressie is het volgens Delfos belangrijk al in de jaren daarvoor te zorgen dat een kind een positief zelfbeeld heeft. Ook is het belangrijk kinderen verdriet te gunnen. Het hoort bij hun leeftijd en verdriet is een belangrijk instrument voor verdieping. Wel is het belangrijk de grens te signaleren. “Kinderen willen zich met anderen verbinden, zorg dat ze die kans krijgen. Het hebben van contacten met anderen, en met name met leeftijdsgenoten is onontbeerlijk. Als dat contact ophoudt, is dat vaak een signaal voor een depressie, met name in de puberteit. Op die leeftijd zijn kinderen bezig met de zin van het bestaan en is een positief zelfbeeld heel voornaam. Ze vragen zich af wie ze zijn en waar ze voor staan. Zo diep als in de puberteit gaat een mens niet meer naar binnen. Een positief zelfbeeld kan jongeren hun puberteit doorhelpen. Als er een negatieve sociale identiteit ontstaat, sluiten kinderen zich vaak aan bij anderen met een zelfde zelfbeeld, wat een negatieve spiraal ten gevolge kan hebben.” Delfos is er van overtuigd dat jongeren met een depressie die denken aan zelfdoding niet dood willen. Zij willen alleen dat HET stopt, het nare, vervelende gevoel. “Pubers weten vaak geen andere weg dan zelfmoord. Als therapeut/begeleider is het dus heel belangrijk energie te stoppen in een kind en te achterhalen wat het nare, vervelende gevoel is en wat het veroorzaakt. Daarbij is het zeer belangrijk te communiceren met de jongere, vanuit een attitude van respect en bescheidenheid. Als hulpverlener moet je beginnen met geven en aandacht hebben voor wie of wat het kind echt is. Daarvoor hoef je geen cursus te volgen, praat maar gewoon met een puber!”

Voor meer informatie: www.mdelfos.nl

Tussen de lezingen door lazen twee leerlingen van het Maurick College uit Vught, Margo en Maarten, gedichten voor over depressief zijn. Gedichten van leeftijdsgenoten, die het zwaar hebben en het leven soms niet meer zien zitten. De gedichten waren indrukwekkend en schokkend tegelijk en maakten diepe indruk op de aanwezigen.


Leven

Ik had me voorgesteld dat mijn leven beter zou zijn.
Meer vreugde, minder pijn.
Geen verdriet maar plezier,
geen ruzie geen geklier.
Maar toch is alles anders gegaan.
Ik weet niet eens wat ik fout heb gedaan…. Leven??
Ik wil niet meer leven ,
heb de wereld niets te geven.
Mijn leven heeft geen doel,
snap je wat ik bedoel?
Ik doe veel mensen zeer,
voor mij hoeft het niet meer.
Mensen hebben niets aan mij,
nooit maak ik iemand blij.
Door mij worden ze boos,
maar er is nooit wat loos.
Ik doe van alles fout,
misschien ben ik wel stout.
En ik doe nooit eens wat goed,
hoewel dat wel eens moet.
Vrolijk kan ik niet zijn ,
ik heb alleen maar pijn.
Nu wil ik alleen maar dood,
mezelf verdrinken in een sloot.
Misschien klinkt dit gestoord,
maar dit is hoe ik mijn gedachten verwoord.


Alleen

Het doet zeer,
huilend val ik neer.
Met mijn armen voor mijn ogen,
helemaal afgetogen.
Ik kan alleen maar huilen,
en ik wil ervoor schuilen.
Maar er is toch altijd iemand die het ziet,
maar deze keer niet!
Het is doodstil.
Nu zit ik daar alleen,
met niemand om me heen.
Helemaal in elkaar gedoken,
terwijl allerlei vragen rondspoken.


Niemand

Niemand snapt wat ik bedoel,
t`is een grote klere boel.
Allemaal gezeik en gezeur,
allemaal dingen waarom ik treur.
Misschien heeft het dan wel een reden,
maar over mijn leven ben ik niet tevreden.
Ik wil niet dat het zo blijft gaan,
dat is een volslagen nutteloos bestaan.
En niemand weet wat ik doorsta,
waar ik mezelf doorheen sla.
Niemand die mij beschermd of troost,
terwijl er een onweerswolk in mijn hoofd hoost.
Niemand die mij zal omarmen,
mij weg houden van de vuur vlammen.
Ik sta er dus alleen voor,
terwijl ik al dat gezeik aanhoor.
Ik wil me er door heen slaan,
ook al zal dat niet gaan!


Ik weet het niet

Ik weet het niet, ik weet het niet,
stil in mij zit veel verdriet.
Ik kan het allemaal niet uiten,
probeer alles af te sluiten.
Om alles en het gevoel te laten gaan,
verder met mijn bestaan.
Ik wil het niet meer , ik kan het niet meer,
waarom doet alles toch zo`n zeer?
Ik kan het niet van mij winnen,
ik laat het maar bezinnen.
Alles op een rijtje zetten,
zodat niemand op mij hoeft te letten.

Download en beluister enkele van de gedichten in het .mp3 audioformaat.

  • gedichten.mp3 (klik met de rechtermuisknop en kies 'Doel opslaan als...' of 'Save Target As...')

Als het .mp3 bestand niet word afgespeeld op uw computer kunt u daarvoor WinAMP 5 downloaden van de volgende locatie: http://www.winamp.com/player/.

Wim van Mulligen, klinisch psycholoog en therapeut had het in zijn lezing over de balans van geven en ontvangen. “Sommige opvoeders zien het leren aan kinderen vooral als een bezigheid waarin ze ontzettend veel moeten geven. Geven is inderdaad belangrijk, maar we moeten daarbij niet het geven van het kind zelf over het hoofd zien.


Wim van Mulligen: “Een kind geeft, niet omdat het leuk is, omdat het handig over komt maar het is een noodzaak.”

Een kind geeft niet omdat het dat leuk vindt of omdat het handig over komt, maar omdat het een noodzaak is. Een kind kan niet anders. Voor een kind is het heel belangrijk of zijn geven wel gezien wordt.Pas dan krijgt het kind het gevoel: ik mag er zijn, ik doe er toe. Het bouwt zelfvertrouwen op en er vindt groei van verantwoordelijkheid plaats. Als het geven zonder enig effect is, zorgt dat voor problemen bij het kind. Zo’n disbalans kan ontstaan doordat het kind in een verkeerde rol zit. Bijvoorbeeld de rol van een van de ouders overneemt bij een scheiding of dat een kind meer moet kunnen dan van hem verwacht mag worden gezien zijn leeftijd. Dat gaat ten koste van de sociale, emotionele en cognitieve ontwikkeling van een kind. Erkennen is hierin het sleutelwoord. Als ouders het geven van hun kind niet (kunnen) erkennen, ligt een depressie op de loer. Als docent is het belangrijk voorbij het probleemgedrag van deze leerlingen te kijken. Probeer het kind te laten zien dat het er toe doet en zo het geven van het kind zichtbaar te maken. Soms is dat moeilijk, omdat het aankomt op details. Maar het laten zien aan een kind dat het er toe doet, is het grootste medicijn tegen depressie.”

Ard Nieuwenbroek ging in zijn lezing in op de aanpak van depressieve leerlingen in school. “De herkenning van depressiviteit is ontzettend moeilijk. Er is namelijk geen standaard gedrag bij een depressie. Sommige kinderen zijn stil en teruggetrokken, anderen juist tegendraads en baldadig. Daarom is een primair goede grondhouding van een docent, maar ook van bijvoorbeeld de conciërge of de leerlingbegeleider van groot belang. Pas dan kan je dichter bij een leerling komen en zijn vertrouwen winnen.


Ard Nieuwenbroek: “Er zijn om de ander te laten zijn”

Deze grondhouding gaat uit van het accepteren van de leerling om wat hij is, niet om wat hij doet. Daarom geef je een leerling erkenning, waardoor zijn zelfvalidatie toeneemt. Een grote valkuil daarbij is de hoge krenkingsgraad van onderwijzend personeel. Veel docenten trekken zich het probleemgedrag van een jongere persoonlijk aan. Daardoor wordt het onmogelijk te kijken naar de motivatie achter (lastig) gedrag. Erkenning geven aan een leerling moet gedoseerd gebeuren. Niet in de vorm van urenlange therapie, maar gewoon een geïnteresseerd gesprek in de wandelgangen. In de ontmoeting zit de erkenning. Accepteer leerlingen om wat ze zijn, niet om wat ze doen. Die attitude of basishouding is doorslaggevend bij het begeleiden van leerlingen.” Nieuwenbroek legde in zijn lezing uit dat kinderen met leerproblemen extra risico lopen op een depressie. “Uit onderzoek is gebleken dat kinderen met leerproblemen, zoals bijvoorbeeld dyslexie, ernstige sociale gevolgen kan hebben en dat dergelijke leerlingen vaak duidelijke depressieve perioden doormaken. Door hun leerproblemen ontstaat makkelijk een disbalans in het geven door de ouders en door het kind. Leren is geven en als dat niet lukt, raakt het geven van de leerling verstoord. Ouders doen hun uiterste best hun kind te helpen, waardoor het kind niet meer kan geven en er een onbalans ontstaat.” Daarnaast promootte Nieuwenbroek in zijn lezing feedback + in de klas. “Geef niet alleen feedback op het gedrag van leerlingen, maar vertel ook wat dat gedrag met jou doet. In elke les zit wel zo’n kans, waarbij de effecten groot zijn. En niet alleen voor depressieve leerlingen. Mocht verwijzing nodig zijn, doe dat dan zorgvuldig. Pas als er vertrouwen is van de leerling, heeft verwijzing nut. Pas dan kan een (depressieve) leerling ergens anders ook vertrouwen zoeken.”


Ard Nieuwenbroek overhandigde dagvoorzitter Dorian Verhagen het eerste exemplaar van de leerlingenaffiche en de depriwijzer.

Fotografie: Susanne Nieuwenbroek


naar overige artikelen